Teun van de Keuken over sjoemelvlees
Foto van Eva Jinek

Zó weinig vlees zit er eigenlijk in vleesproducten

Plofkippen, kiloknallers, het paardenvleesschandaal: vlees ligt al jaren onder vuur. Maar er is nog veel meer mis met het vlees dat in de supermarkt. Teun van de Keuken vertelt ons alles over sjoemelvlees.

Beeld van de video

Teun begint met de knakworst. Wanneer je kijkt op de ingrediëntendeclaratie, het etiket met daarop een opsomming van alle ingrediënten die in het product zitten, zie je dat de worstjes bestaan uit tachtig procent varkensvlees waarvan 32 procent varkensseparatorvlees. En dit laatste is precies wat het product zo misleidend maakt. Want dat is geen vlees, maar een soort brei.

Zo wordt die brei gemaakt

Een nieuwsstation in Amerika noemde het ookwel pink slime (roze slijm). Om het goedje te maken worden botten van een uitgebeend karkas met behulp van een hogedrukspuit, de seperator, ontdaan van de laatste verwerkbare vleesresten. En dat wordt vervolgens tot een massa geperst.

Aan die brei zit geen smaak, die wordt toegevoegd door artificiële smaakversterkers. Dus als je een knakworst eet, eet je een soort prut met kunstmatige smaakstoffen. Het positieve hieraan is wél dat we efficiënt met vlees omgaan, niets wordt weggegooid. Maar het is afvalvlees vol additieven.

knakworstjes bestaan voor een groot gedeelte uit separatorvlees
knakworstjes bestaan voor een groot gedeelte uit separatorvlees

Dit is mis met ham

Ken je dat? Dat je spekjes bakt en je hele pan volloopt met vocht? Dat is volgens Teun geen vet, zoals de meeste mensen denken, maar toegevoegd water. Spekreepjes bestaan namelijk slechts voor 88% uit varkensvlees, de rest is water, en dat staat gewoon op het etiket. Teun: “Je bent je spekjes dus eigenlijk niet aan het bakken, maar aan het koken.”

Nog erger is het gesteld met de gekookte ham, zoals de schouderham plak. Als je die uit de plastic verpakking haalt, merk je dat het vlees gewoon kleddernat is. Dat is niet vreemd, want de lap bestaat voor maar voor 70% uit varkensvlees. De rest is water met allemaal smaakstoffen.

En dit zijn geen toevalstreffers

Het toevoegen van water is geen uitzondering, maar juist de standaard. De vleesindustrie heeft grote spuitmachines waarmee 'dit sjoemelen' gebeurt. In 2005 ging Teun voor een tv-uitzending voor De Keuringsdienst van Waarde zelf ook eens met zo'n spuit aan de slag om te zien wat dat met vlees doet. Sindsdien is er volgens Teun niks veranderd. Teun: “Je denkt: 'ik koop het goedkoopste vlees', maar feitelijk koop je het duurste vlees. Want voor eenderde bestaat dat vlees uit toegevoegd water.”

aan gerookte spekjes wordt veel water toegevoegd
aan gerookte spekjes wordt veel water toegevoegd

De schnitzel is het toppunt

Het volgende vleesproduct dat Teun bespreekt is de schnitzel, een lapje varkensvlees met een paneerlaag. Volgens Teun is dat het meest vernuftige product uit de vleesindustrie. Teun: "Winstpakker nummer één is de paneerlaag, want dat kost bijna niks. En die paneerlaag verbergt datgene wat eronder zit. "En dat is handig, want als je het goedje eraf schraapt blijft er iets over wat weinig op vlees lijkt. Het is weer plakvlees, separatorvlees, dat aan elkaar geperst is."

Alleen 99% of 100%

Hoe voorkomen we dat we dit slecht spul eten? De tip van Teun: "Ga naar een goede slager en paneer je vervolgens vlees zelf. Het is net zo makkelijk als in dat nummer van de Jeugd van Tegenwoordig: 'bloem, ei, paneer'. En natuurlijk voortaan altijd etiketten lezen. Want eigenlijk moet er 100%, of 99% vlees in een vleesproduct zitten. Anders is het gewoon rotzooi."