Feministen in China doen niet aan censuur
Foto van Eva Jinek

Deze Chinese feministen gebruiken emoji's in de strijd tegen censuur

Aan internetcensuur hebben deze Chinese feministen geen boodschap. Nu de overheid de hashtag #MeToo heeft verboden gebruiken ze een creatieve manier om hun boodschap tóch naar buiten te brengen. Wired onderzocht dit fenomeen.

Feministen in China doen niet aan censuur
Feministen in China doen niet aan censuurUnsplash

Als feminist in China loop je tegen net wat andere dingen aan dan wij hier in Nederland. De Chinese overheid ziet het feminisme namelijk als groeiende bedreiging voor de Communistische Partij. En dat heeft als gevolg dat vrouwenrechtenactivisten steeds meer de mond gesnoerd worden. De laatste maanden is de censuur van feministische content op het internet enorm toegenomen.

De begrafenis van een vrouwengroep

Feminist Voices, een in 2009 opgerichte vrouwenrechtengroep, heeft dat aan den lijve ondervonden. Met 180.000 volgers op Sina Weibo - de Chinese variant van Twitter - was de groep een van de belangrijkste online bewegingen voor vrouwenrechtenactivisme in China. En dat maakte de Chinese overheid nerveus.

De Chinese overheid ziet jonge feministen als een bedreiging

Leta Hong Fincher, auteur

“Deze vrouwenbeweging heeft de potentie om heel groot te worden,” zegt Leta Hong Fincher, auteur van het boek: Betraying Big Brother: The Feminist Awakening in China. “Dat is een van de redenen waarom de overheid deze groep jonge feministen ziet als een bedreiging.” Daarom werd in maart dit jaar het Weibo-account van Feminist Voices door de overheid gesloten.

De vrouwen van Feminist Voices reageerden met creativiteit op de sluiting van hun Weibo-account en hielden symbolische begrafenis voor het ‘overlijden’ van hun online community.

De vrouwen van Feminist Voices hielden een symbolische begrafenis voor hun groep
De vrouwen van Feminist Voices hielden een symbolische begrafenis voor hun groep

Lu Pin, de oprichter van Feminist Voices, blijft ondanks alles strijdlustig. Op Twitter schrijft ze dat de begrafenis niet het einde van Feminist Voices betekende, maar juist symbool staat voor een wedergeboorte. Volgens Pin gaat de groep ‘alle mogelijke juridische stappen zetten om het account weer terug te krijgen’.

Je hebt de social media cookies niet geaccepteerd.

Om bovenstaande inhoud te bekijken moet je de social media cookies accepteren. Hierdoor kan je social media berichten zien, delen en erop reageren.

Wijzig cookie instellingen

Deze feministische strijdlustigheid zie je steeds meer in China. Een goed voorbeeld daarvan is de #MeToo-discussie in het land. Nadat een student van de Beihang Universiteit in Beijing naar buiten kwam met het verhaal dat ze door een professor was misbruikt, barstte het debat in China rond seksueel misbruik in alle hevigheid los.

Emoji’s als wapen

Net als in alle andere landen waar de #MeToo-discussie werd gevoerd, gebruikte iedereen die zijn of haar verhaal deelde de hashtag #MeToo. Maar je raad het al: de overheid in China was daar niet van gediend en blokkeerde de hashtag op Weibo. Daar laten de feministen in China zich echter niet door tegenhouden. Met behulp van twee emojis weten ze de blokkade te omzeilen: de rijstkom en het konijntje. De woorden ‘rijst’ en ‘konijn’ spreek je namelijk uit in het Chinees als ‘mi’ en ‘toe’, oftewel me too. En zo kan het #MeToo-debat toch gevoerd worden in China!

De woorden ‘rijst’ en ‘konijn’ spreek je uit als ‘me too’

“Feminisme is een politiek gevoelig woord geworden,” zegt Fincher, “dus moeten activisten nieuwe manieren blijven bedenken om de censuur te omzeilen. Het is altijd een kat en muis spel.”

Er is helaas nog einde in zicht van de online censuur rondom het feminisme door de Chinese overheid. Maar in plaats van bij de pakken neer te zitten, gaan de feministen de censuur gewoon te lijf met een flinke dosis creativiteit. En wij moedigen dit van harte aan!

Wil je meer weten over de manier waarop Chinezen nog meer emoji’s gebruiken om censuur te omzeilen? Lees dan het originele artikel via de onderstaande link.

Bron: 
Wired