Monika
Anoek Hofkens
Anoek Hofkens
Online redacteur

Monika’s moeder werd ‘moffenmeid’ genoemd, haar verhaal is opnieuw relevant

Monika Diederichs (73) is de dochter van een vrouw die na de Tweede Wereldoorlog werd vernederd vanwege haar relatie met een Duitse soldaat. Door de excuses van de Noorse premier voor deze ‘afstraffing’, staat deze geschiedenis weer in de spotlights. Monika vertelt ons haar verhaal, en laat zien dat het nog steeds leeft.

Monika
Monika toen ze twee jaar was.Persoonlijk archief

Monika hoort bij de generatie babyboomers. Ze is een liefdesbaby, geboren vlak na de Tweede Wereldoorlog in een tijd waarin de hoop in de samenleving terugkeerde. Maar zo werd zij niet gezien. Haar vader was namelijk geen Hollandse boerenjongen, maar een Duitse militair, of in de volksmond ‘een nazi’. En dat is haar - en in de overtreffende trap haar moeder - niet in dank afgenomen.

Buren noemde haar een moffenkind, haar moeder een moffenmeid. Termen die zelfs 73 jaar na na het eind van de oorlog nog steeds pijn doen. Want ze werden uitgesproken met venijn. Het leed van de oorlog werd hen aangerekend. Want hoe kon je verliefd worden op de vijand terwijl de rest van de bevolking leed? En een kind dat daaruit voortkwam, was ook niet te vertrouwen. De vrouwen en hun kinderen werden niet geaccepteerd door de samenleving, en dat sentiment leeft nog steeds voort.

Overal in Europa

Dit gebeurde niet alleen in Nederland. In alle bezette gebieden gingen Duitse militairen relaties aan met de plaatselijke bevolking. In Noorwegen zouden bijvoorbeeld tussen de 30.000 en 50.000 relaties zijn ontstaan met Noorse vrouwen. Duitsers werden daar zelfs voor aangemoedigd, vanwege de veronderstelde raszuiverheid van het Noorse volk. In Nederland waren er zo’n 140.000 relaties met Duitse militairen. En overal in Europa werden deze vrouwen daar na de oorlog flink voor afgestraft.

Meisje wordt kaal geschoren
De 'moffenmeiden' werden kaalgeschoren met alles wat mensen maar konden vinden.Andere Tijden

“Tijdens de bezetting werden er al lijsten gemaakt van meisjes en vrouwen die kaalgeschoren moesten worden”, vertelt Monika. Want dat vond men wel een passende straf. “Landen keken het ook een beetje van elkaar af. Frankrijk, Nederland, Denemarken, Noorwegen, overal werden de meisjes kaalgeschoren.” In de meeste landen werd dat gedaan omstreeks 8 mei, een paar dagen na de bevrijding. Het gebeurde in Nederland op ten minste 118 plaatsen.

“Mensen stonden te joelen als de meisjes werden opgehaald. Vervolgens werden ze maar met van alles kaal geknipt, een heggenschaar, tondeuse, alles wat je maar kunt bedenken om iemand zijn haren uit zijn hoofd te trekken. En dan werd er menie of pek over de vrouwen gegoten, wat nare wonden gaf als het in de beschadigde hoofdhuid kwam.” De meisjes waren vogelvrij, niemand deed iets. In veel gevallen werden ze ook betast of zelfs verkracht. Zelfs de Binnenlandse Strijdkrachten en de Orde Troepen, die er juist waren om de mensen te beschermen, en andere autoriteiten uit de samenleving, keken toe en deden soms ook mee. Zo werd de frustratie van vijf jaar afschuwelijke oorlog gebotvierd op vrouwen.

En het blijft niet bij één dag. Naast de trauma’s die vrouwen eraan over gehouden hebben, werden ze structureel buitengesloten. Het is een van de grootste overgebleven stigma’s uit de oorlog. De Noorse premier Erna Solberg schaamt zich zo voor deze vernederingen dat ze afgelopen 18 oktober haar excuses aanbood voor het feit dat de overheid deze vrouwen niet heeft kunnen beschermen. Naar aanleiding daarvan heeft Stichting Werkgroep Herkenning in Nederland de oproep gedaan aan Mark Rutte om ook zijn excuses te maken namens Nederland. Maar daar is tot nog toe geen antwoord op gekomen.

Wie geschoren wordt, moet stil zitten

Om erachter te komen wat deze excuses betekenen, spreken we Monika Diederichs. Naast dat ze de dochter van een vrouw die in de oorlog een relatie had met een Duitse soldaat, heeft ze als historicus onderzoek gedaan naar dit deel van de geschiedenis met als resultaat het boek ‘Wie geschoren wordt, moet stil zitten’. Ze interviewde daarvoor 56 vrouwen die een relatie hadden met een Duitse soldaat en sprak ook met hun familie. Inmiddels zijn de meeste ‘moffenmeiden’ overleden. En degenen die nog leven, willen er niet meer over praten. Zo heeft Monika met haar onderzoek dit onderdeel van de geschiedenis geprobeerd te bewaren. Een geschiedenis waar zij zelf onderdeel van is.

Monika, wanneer wist je dat jouw vader een Duitse soldaat was die diende tijdens de Tweede Wereldoorlog?

“Ik heb altijd gedacht dat mijn opvoedvader mijn biologische vader was, de jeugdvriend waar mijn moeder mee hertrouwde in 1950. Dat was drie jaar na de dood van mijn vader. Hij overleed aan tuberculose, wat hij in Duitsland opliep na terugkomst van het front in het noorden van Italië. De eerste jaren van mijn leven heb ik in Duitsland gewoond, maar na de dood van mijn vader wilde mijn moeder terug naar Nederland.”

De moeder van Monika
De moeder van Monika.Persoonlijk archief

“Voordat mijn moeder het me vertelde, had ik het zelf al ontdekt. We gingen namelijk vaak op vakantie naar mijn opa en oma in Duitsland, mijn opvoedvader ging dan ook mee. Dat dit mijn biologische opa en oma waren, en niet die van mijn halfbroer en halfzusje, werd niet met zoveel woorden gezegd. Ze waren er gewoon, en hoorden bij ons gezin. Maar als we daar dan aankwamen, rende mijn oma meteen op mij af en drukte ze me zowat plat. Ik merkte ook dat ze heel lief voor me was, ik kreeg alles wat ik wilde. Ze nam me mee naar het graf van mijn vader, en moet ook voortdurend over hem gepraat hebben. Maar omdat ik geen Duits sprak, snapte ik er niets van. Ik vond het maar eng. Ik herkende mijn naam op de grafsteen, daar werd ik genoemd als nabestaande, maar dacht dat het graf alvast voor mij gemaakt was.”

“Maar toen ik dertien was, kwam ik erachter. Ik herkende mezelf in een oude foto van mijn vader die bij opa en oma aan de muur hing. Ik liep er voorbij en dacht in eerste instantie dat ik het zelf was. Het laatste puzzelstukje viel op zijn plek. Waarom we daar telkens op vakantie gingen, waarom ze zo lief voor mij waren, waarom we naar dat graf gingen.”

“Mijn moeder heeft het kort daarna verteld, of misschien een jaar later. En dat vond ik vreselijk, want ik wilde niet dat het zo was. Als het niet was uitgesproken, kon ik het nog ontkennen. ‘Ik wil geen mof als vader’, schreeuwde ik. Ik was een Nederlands kind, als het over de oorlog ging, waren de Duitsers slechteriken. Zo was ik opgevoed. En nu was mijn vader ineens slecht, dus ik dan misschien ook. Al gauw kwamen anderen er ook achter en gingen ze dat ook tegen me zeggen. Ik ging er ook niet tegenin, want ik dacht zelf ook dat ik niet deugde. Toen ik mijn eerste baantje kreeg bij een delicatessenzaak, veranderde ik zelfs mijn naam. ‘Monika?’, zeiden ze. ‘Nee, dat moeten we niet hebben. We noemen je Monique.’ Ik vond het alleen maar prima. Want Monique klinkt Frans, en dat is goed.”

Hoe was het leven in Nederland voor je moeder?

“Ik heb mijn moeder zelf nooit als een ‘moffenmeid’ gezien, vooral omdat ze was niet in Nederland was tijdens de bevrijding. Mijn moeder is nooit kaal geschoren. Ik weet wel dat ze zich heel erg verbonden voelde met de vrouwen die dat wel hadden meegemaakt. Wanneer ik haar ernaar vroeg, klapte ze meteen dicht. ‘Mo, niet over praten’, zei ze dan. En draaide ze zich om.”

“Toen ze een relatie kreeg met mijn vader, had niemand dat ook in eerste instantie door. Ze ontmoetten elkaar in 1943, op een zondagochtend in Amersfoort. Daar spraken ze ook af, want mijn moeder woonde in de buurt van Zeist en het was beter dat het geheim bleef. Ze wisten dat er ontzettend negatief op gereageerd zou worden. In eerste instantie gingen mijn moeder en haar vriendin ook niet in op de avances van mijn vader en zijn vriend toen ze naar hen floten. Maar de jongens waren kennelijk aanhoudend.”

De vader van Monika
De vader van Monika overleed toen hij 23 jaar was.Persoonlijk archief

“Als ik de brieven mag geloven die mijn vader aan mijn moeder schreef, werden mijn vader en moeder ongelofelijk verliefd. Ze wilden het liefst elke seconde van de dag bij elkaar zijn, maar zes weken na de ontmoeting moest mijn vader terug naar Berlijn voor een training. Mijn moeder heeft vervolgens toestemming aan haar ouders gevraagd om naar Heidelberg te gaan en daar te werken als dienstmeisje om dichterbij hem in de buurt te zijn. Ze hebben elkaar nog maar een of twee keer gezien in die tijd, want het was oorlog. In die tijd ben ik verwekt.”

“Na de dood van mijn vader in 1948 gingen we terug naar Nederland. Ik was toen drie jaar en mijn Duitse oma had het liefst gewild dat ik bij haar was gebleven. Achteraf gezien was dat een stuk makkelijker geweest voor mijn moeder, want als ‘moffenmeid’ werd je al niet geaccepteerd. Laat staan als je ook nog een kind van een ‘nazi’ had, maar mijn moeder wilde mij niet achterlaten. We werden beide met de nek aangekeken. Ik weet nog dat ik een keer moffenkind werd genoemd. Ik snapte alleen toen niet wat dat betekende. Ik dacht aan een ‘mofje’, een bontje waar je je handen in opwarmt in de winter. Maar aan de intonatie hoorde ik dat het iets negatiefs was, ik snapte er niets van.”

Monika
Monika toen ze twee jaar was.Persoonlijk archief

“Mijn moeder had het geluk dat ze al gauw hertrouwde met een Nederlandse man, een jeugdvriend. Hij heeft ons heel erg beschermd. Vanaf dat moment hoorden we gewoon bij zijn gezin. Als er maar niet over gesproken werd, werden we getolereerd. Maar geaccepteerd, dat is mijn moeder nooit. Haar stiefmoeder heeft haar bijvoorbeeld nooit aangekeken. Haar vader was wel heel lief voor haar. Hij is de enige die het haar nooit kwalijk heeft genomen. Voor de rest van de (schoon)familie, en de buurt, is mijn moeder altijd haar best blijven doen om geaccepteerd te worden. Maar waar ze ook heen ging, overal wist iedereen altijd dat zij ‘fout’ was geweest in de oorlog.”

“Alles wat ik hierover weet, heb ik uit haar moeten trekken. Ze praatte er nooit over. Zelfs niet toen ik met mijn onderzoek begon en 56 moffenmeiden interviewde. Toen mijn boek in 2006 uitkwam heb ik haar een exemplaar gegeven. Op de eerste bladzijde schreef ik: ‘Omdat liefde nooit fout kan zijn’. In 2015 is ze overleden en bij het opruimen van haar huis kwam ik het boek tegen. Op dezelfde plek waar ze hem had gelegd nadat ik hem had gegeven. Gloednieuw, nooit opengeslagen. Ze had de tekst nooit gezien.”

Hoe heeft het impact gehad, of heeft het nog steeds, op jouw leven?

“Ik heb er nu vrede mee, maar dat heeft moeten groeien. Toen ik 17 jaar was, voelde ik me bijna zelf een dader. Voor de vrouwen die met een Duitse militair waren, moet het nog erger zijn geweest. Zij waren nog ‘fouter’. Niet gek, want zo werden ze ook gezien door de rest van Nederland. Zeker toen de overlevenden van de Holocaust vertelden wat ze hadden meegemaakt in de strafkampen. Iedereen dacht dat ‘de vrouwen van’ het wisten.”

“Toen bekend werd dat ik zwanger was, ook op mijn zeventiende, werd ik uitgescholden voor moffenhoer. Dat was in 1962. Zo’n zes jaar later woonde ik in Amsterdam-Oost met mijn echtgenoot en mijn dochtertje. Daar is voor de deur mijn vouwfiets ontmanteld door een echtpaar dat naast ons woonde. Toen ik rond vroeg wat er was gebeurd, vertelde het stel met droge ogen dat zij dat hadden gedaan. ‘Wij’ hadden immers tijdens de oorlog hun fietsen gestolen.”

Soldaten
Soldaten tijdens de Tweede WereldoorlogAndere Tijden

“Dit soort narigheid kwam ik op de gekste momenten tegen. Het sentiment bleef heel lang doorsudderen. Ik heb daardoor nooit iemand durven te vertrouwen. Nu zou je het posttraumatische stressstoornis noemen, toen was dat er nog niet. Maar op een gegeven moment wordt je ouder en wijzer en snap je dat de geschiedenis niet zo zwart-wit is. Ik heb er vrede mee gekregen doordat ik vrede kreeg met mezelf. Het blijft echter wel iets dat soms nog steeds prikt. Bijvoorbeeld als Nederland weer eens een keer van Duitsland wint met voetbal.”

“Aan de andere kant, zonder mijn ervaring had ik nooit het onderzoek kunnen doen. Het feit dat ik het kind van een Duitse soldaat ben, zorgde ervoor dat de vrouwen die ik sprak me vertrouwden. Tegen niemand anders deden zij ooit hun verhaal. Ik heb hun kant van het verhaal aan de geschiedenis kunnen toevoegen en dat vind ik heel bijzonder.”

Wat betekenen de excuses van de Noorse premier voor jou?

“Dat ik dat heb mogen meemaken, dat vind ik echt geweldig. Het betekent heel veel voor de familie, voor de kinderen en kleinkinderen. Het klaart op, het haalt de druk eraf. Ik vind het dan ook best moeilijk dat veel vrouwen die het zelf hebben meegemaakt, en ook mijn moeder, niet meer leven om dit te horen.”

“De excuses hebben daarbij ook een open zenuw geraakt. Veel mensen belden me op met hun verhaal. Iemand uit Den Haag vertelde me over twee vrouwen die hij kende. Nadat ze publiekelijk waren kaalgeschoren, durfden ze het huis niet meer uit. En dat deden ze dus ook niet. Pas in 1978 vond iemand ze, geestelijk waren ze helemaal in de war.”

“Op Twitter zag ik ook dat mensen dingen zeiden in de trant van ‘hadden ze maar niet met moordenaars moeten omgaan’. Dat laat echt zien dat mensen nog steeds niet weten waar ze het over hebben. Natuurlijk wisten de vrouwen wel dat ze met Duitsers omgingen, dat het de vijand was omdat ze Nederland bezet hadden. Maar het verhaal van de concentratiekampen, de zes miljoen Joden die vermoord zijn, dat kwam pas in de jaren zestig, zeventig, tachtig, naar buiten.

Er fladderde wel eens wat over rond tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar het was zo afschuwelijk dat het niet echt voor waarheid werd aangenomen. Dat werd pas na de oorlog duidelijk. Ik heb het de vrouwen die ik interviewde ook gevraagd: wist je ervan? Stuk voor stuk wisten ze het niet. Ze wisten niet goed wat ze moesten zeggen, wie vind dat nu niet vreselijk?”

Zou Rutte ook excuses moeten maken voor Nederland?

“Dat zou heel mooi zijn. Hij hoeft van mij niet eens zozeer echt excuses te maken, maar gewoon zeggen dat het anders had gemoeten. Dat betekent al heel veel.”

Monika bezocht samen met Stichting Werkgroep Erkenning op 4 december Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, om hem meer te vertellen over deze kant van de geschiedenis. En daar blijft het niet bij. Er gaan verdere gesprekken plaatsvinden en er sprake is van een begin van erkenning. Monika is hoopvol.