Vrouwen in de Kanaalstraat in Utrecht.
Foto van Eva Jinek

Met de integratie in Nederland gaat het best goed, maar daar horen we vrij weinig over

Volgens historicus Leo Lucassen gaat het helemaal niet slecht met de integratie. We zitten zelfs in een stijgende lijn! In het NRC schrijft hij waar je dat aan ziet, en waarom we er zo weinig over horen.

Vrouwen in de Kanaalstraat in Utrecht.
Vrouwen in de Kanaalstraat in Utrecht.ANP

Vorige week werd het Jaarrapport Integratie van het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd. En hoewel de berichtgeving anders doet denken, stelt historicus Leo Lucassen in een opinie in NRC dat het helemaal niet zo slecht is gesteld met de integratie in Nederland. Hij maakt korte metten de stelling dat diversiteit vooral voor spanningen en afnemende sociale cohesie zorgt.

Misleidende berichtgeving

Het feit dat dit beeld wel bestaat, komt volgens hem door de manier waarop diverse media berichten over dit onderwerp. Wat nieuwsmedia, zoals de NOS, vooral uit het genoemde CBS-rapport halen, is dat de samenstelling van Nederland langzaam verandert en dat het aantal inwoners in Nederland met een Nederlandse achtergrond in drie jaar tijd met 26.000 is afgenomen. Maar volgens Lucassen wordt er in de berichtgeving geen woord vuil gemaakt aan het daadwerkelijke verloop van het integratieproces.

En dat is volgens hem problematisch, want het bevestigt de zorgen die veel politici en opiniemakers de afgelopen tijd hebben geuit over de demografische veranderingen als gevolg van migratie. En het ondermijnt de daadwerkelijke cijfers over integratie.

Het gaat wel goed

Want als er goed naar het rapport wordt gekeken, valt er volgens Lucassen te concluderen dat er vrijwel op álle onderzochte terreinen zoals werk, school, criminaliteit en gezinsvorming sprake is van een onweerhoudbaar positief proces.

Bijvoorbeeld als we kijken naar onderwijs. Tegenwoordig gaan één op de drie kinderen met een Marokkaanse achtergrond naar de havo of het vwo. In 2005 was dat nog maar één op de vijf, een aanzienlijke vooruitgang dus. En dat is zeker niet alleen zo bij kinderen met een Marokkaanse achtergrond, want bij Afghaanse en Irakese kinderen is dat aandeel nog hoger. Volgens Lucassen is dat ook helemaal niet gek als je bedenkt dat de gevluchte ouders van deze kinderen vaak relatief hoog opgeleid zijn. Hoe hadden ze anders zonder geld, kennis en middelen naar Nederland kunnen komen?

We kunnen beter van een multicultureel succes spreken, dan een drama.
We kunnen beter van een multicultureel succes spreken, dan een drama.ANP

Nog een voorbeeld. Als we kijken naar het aantal mensen met een migrantenachtergrond die afhankelijk zijn van een uitkering, is dat aandeel aanzienlijk afgenomen. Kinderen van ouders uit de klassieke migrantengroepen - zoals migranten uit voormalige koloniën of uit Marokko of Turkije -  zijn opvallend minder afhankelijk van een uitkering dan hun ouders. Dat komt doordat zij hoger opgeleid zijn, vaker werk hebben en meer verdienen dan decennia terug.

Over de algemene linie een positief beeld

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. In de criminaliteit zijn kinderen van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst nog steeds oververtegenwoordigd. Maar over de algemene linie gaat het goed met de integratie.

Volgens Lucassen kunnen we als we terug kijken op de afgelopen veertig jaar eerder spreken van een multicultureel succes dan een drama. Daar kunnen we best een petje voor afdoen, want migranten hebben regelmatig met heel wat weerstand te maken gekregen.

En dus zegt hij: “Het is hoog tijd dat we het integratie-pessimisme laat varen en de nieuwe werkelijkheid onder ogen zien."

Benieuwd naar de hele opinie van Leo Lucassen in NRC? Lees het via de link hieronder.

27 november 2018 15:45
Bron: 
NRC