FOTO: Eva Jinek
Foto van Eva Jinek

Hoe ik van mening veranderde over het vrouwenquotum

“Misschien had ik toch niet gelijk.” Dit zou wel eens één van de moeilijkste zinnetjes in de Nederlandse taal kunnen zijn. Want je mening bijstellen, dat is me toch een partij ingewikkeld. Toch is het van cruciaal belang om als mens soms kritisch te reflecteren op je eigen ideeën en soms eerlijk toe te geven: ik zat ernaast.

FOTO: PIm van Boesschoten
FOTO: PIm van Boesschoten

Dat was precies wat de Correspondent afgelopen week deed: twaalf correspondenten schreven over standpunten waar ze een paar jaar geleden nog vierkant achter stonden, maar waar ze nu toch écht anders over denken. Standpunten over racisme, religie, biotech of over de opkomst van Donald Trump. Dit artikel is een must-read: een ode aan de twijfel en aan de veranderlijkheid van meningen.

Ook ik zat er wel eens naast

En dat was met mijn standpunt over het vrouwenquotum: een verplicht minimumaantal door vrouwen beklede topfuncties in bedrijven of in de politiek. Als je mij twee jaar geleden had gevraagd of er een dergelijk quotum in Nederland moest komen, had ik volmondig ‘nee’ gezegd. Het idee dat mijn geslacht meespeelt in de keuze om mij aan te nemen stond me tegen. Het hele punt van gelijkheid is toch dat dat niet uit zou moeten maken? Ik wil beoordeeld worden om mijn vaardigheden en talenten, niet om wat ik in mijn broek heb. Voor mij is het simpel: ik zit hier niet omdat ik een vrouw ben, maar omdat ik de spreekwoordelijk ‘best man for the job’ ben.

Ik zit hier omdat ik de spreekwoordelijk ‘best man for the job’ ben.

Paardenmiddel

Ik kom hier nu op terug. Ik ben voor een vrouwenquotum in Nederland. Wel schoorvoetend, want het zou niet nodig moeten zijn, maar zonder een quotum schiet het helemaal niet op.

Uit de meest recente cijfers blijkt dat het aandeel van vrouwen in topfuncties blijft steken bij 1 op de 10. Kijk bijvoorbeeld naar universiteiten: in Nederland is slechts 18% van de hoogleraren vrouw, zo blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2016. En dat terwijl het percentage vrouwelijke afstudeerders boven de 50% ligt!

 

Een vrouwenquotum verdient geen schoonheidsprijs, maar het is echt nodig.

En dan hebben we het alleen nog maar over universiteiten en topfuncties. De ‘gemiddelde vrouw’ verdient anno 2016 per jaar bruto gemiddeld 1.664 euro minder dan hun mannelijke collega’s.

Drastische maatregelen

Een vrouwenquotum verdient geen schoonheidsprijs, maar het is echt nodig. Als we nu geen drastische maatregelen nemen, gaan mijn kinderen niet eens meer meemaken dat mannen en vrouwen in Nederland gelijk vertegenwoordigd worden in het bedrijfsleven, op universiteiten en in de politiek. En dat zou doodzonde zijn.

Bron: 
de Correspondent

Een verkorte versie van dit artikel verscheen op 12 januari in de Volkskrant