Hoe een verzetsheld zijn laatste uren beleefde aan het Binnenhof

Niet ver van de plek waar demissionair vicepremier Asscher en de voorzitters van Eerste en Tweede Kamer de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdenken, beleefde een Nederlandse verzetsheld zijn laatste levensuren. Politiek verslaggever Jaïr Ferwerda dompelde zich onder in deze bijzondere geschiedenis met Kamerhistoricus Menno de Bruyne.

Een kamer vol historie

Het is maar een klein kamertje. Drie bij drie, meer zal het niet zijn. Vanuit het ene raam is de achterkant van de Ridderzaal te zien, door het andere het ministerie van demissionair premier Mark Rutte. De fractie van de SGP gebruikt de kamer tegenwoordig om oude boeken in te stallen. In de oorlog was dit dé kamer waar Nederlandse verzetsstrijders door de Duitsers werden verhoord.

Een van hen was de communistische verzetsstrijder en neuroloog Gerit Kastein, zo vertelt De Bruyne, die al drieëndertig jaar werkzaam is in de Tweede Kamer voor de SGP-fractie en rondleidingen verzorgt in het Kamergebouw. De Duitsers arresteerden hem in 1943 in een Delfts café vanwege de aanslag op een NSB’er. 

Nazi's op het Binnenhof

Een heldhaftige daad

“Hij zat vastgebonden op een stoel en hij werd verhoord door twee Duitsers die zich even terugtrokken voor beraad,” vertelt De Bruyne. “Gerrit Kastein wist heel goed dat als hij niet door zou slaan, hij zou worden gemarteld in de ruimtes die hier nog steeds in het gebouw zitten.” Om zijn kameraden te beschermen heeft Kastein handig van dat moment gebruikt gemaakt door zich met stoel en al uit het raam te wurmen. “Hij heeft zichzelf eigenlijk te pletter laten vallen.”

Zijn hartverwarmende verzoek

Voor de Bruyne staat het verhaal symbool voor de weerbare democratie. Hij pleit ervoor de kamer te vernoemen naar Gerrit Kastein, een procedure die voltrokken kan worden door Kamervoorzitter Khadija Arib. “Het is een monument, zou ik bijna zeggen, voor de democratie.” Arib heeft in een reactie laten weten open te staan voor het idee. “Ik ga dat kamertje bezoeken, ik ga ook met Menno in gesprek en u hoort van mij.”