Foto van Anne O’Hare McCormick
Foto van Eva Jinek

Het fascinerende leven van de journalist die Hitler, Stalin en Mussolini interviewde

In 1936 won Anne O’Hare McCormick als eerste vrouw ooit de Pulitzer Prize voor journalistiek. Hoe? Door een feilloos gevoel voor politiek en een flinke dosis eigenwijsheid.

Foto van Anne O’Hare McCormick
Anne O’Hare McCormickThe New York Times

Het was 1921 en in de Verenigde Staten hadden vrouwen pas een jaar lang het recht om naar de stembus te gaan. Anne O’Hare McCormick deed iets wat in die tijd erg gewaagd was voor een vrouw. Ze schreef een brief naar de editor van The New York Times met een simpele vraag: ik ga met mijn echtgenoot naar Europa, mag ik stukken indienen voor jullie krant?

McCornick had op dat moment weinig journalistieke ervaring, maar aan lef ontbrak het haar zeker niet. In die tijd werkten er namelijk bar weinig vrouwen als journalisten, laat staan als internationale correspondent. En als vrouwen dan al voor de krant schreven, was het meestal voor de roddelpagina. Maar dat kon McCornick niet schelen, zij wilde schrijven over de hardere thema’s. “Probeer het maar,” antwoordde de editor van The New York Times. En zo geschiedde.

Foto van Anne O’Hare McCormick
Anne O’Hare McCormickThe New York Times

In de jaren die volgden werd McCornick namelijk een voorbeeld voor vrouwelijke journalisten wereldwijd. Vooral toen ze in 1937 de Pulitzer Prize voor journalistiek won als eerste vrouw ooit. Pas veertien jaar later zou er weer een vrouw deze prijs winnen. Na het winnen van deze prestigieuze prijs, werd ze de eerste vrouw in de redactieraad van The New York Times en schreef ze drie columns per week over wereldpolitiek.

Geen zin om over ‘vrouwenzaken’ te schrijven

Hoe kwam McCornick zover in de journalistiek in een tijd waar dat voor vrouwen ongekend was? Dat kwam ten eerste doordat ze vertikte in een hokje gestopt te worden. Zo schreef ze in 1936 aan de hoofdredacteur van The New York Times dat ze graag voor hen wilde werken, maar dat ze “geen enkele behoefte had om over ‘vrouwenzaken’ te schrijven”. Ze schreef: “Het doet me immens veel plezier om een de stereotypes te doorbreken over waar vrouwen wel en niet over kunnen schrijven. Maar nog bijzonderder vind ik het dat The Times me op deze positie wil hebben. Een positie waarvan ik al lang het gevoel heb dat ik er hoor te zitten.”

Anne O’Hare McCormick was de enige vrouw in de redactieraad van The New York Times
Anne O’Hare McCormick was de enige vrouw in de redactieraad van The New York TimesThe New York Times

Ze zat met Hitler en Stalin

Maar de voornaamste reden van haar succes was dat ze een geweldige neus had voor politiek. Dat blijkt bijvoorbeeld uit één van haar allereerste artikelen voor The New York Times, geschreven op 24 juni 1921. Ze was namelijk aanwezig bij een toespraak van Victor Emmanuel III, de koning van Italië. Haar blik ging echter niet naar de koning, maar naar een ander - op dat moment nog onbekende - politicus.

Ze schreef dit: “Interessanter dan de speech van de koning, was de plotselinge opkomst van een nieuwe extreemrechtse partij, onder leiding van Benito Mussolini. Zijn speech was één van de beste politieke speeches die ik ooit gehoord heb.”

Jawel, McCornick zag de potentiële macht van Mussolini al voordat de meeste andere journalisten daarachter kwam. Vervolgens zou ze hem meerdere keren interviewen. Maar Mussolini was niet de enige controversiële politieke leider die met haar wilde praten. Ook Adolf Hitler stemde toe om door McCornick geïnterviewd te worden en ze zat ooit een ongelofelijke zes uur lang (!) tegenover Joseph Stalin. Nog een wapenfeit: ze interviewde Franklin Roosevelt luttele weken voor zijn overlijden in 1945.

Haar tijd ver vooruit

Wat Anne O’Hare McCormick deed was meer dan ongewoon voor haar tijd. Zo vertelt ook professor Maurine Beasley. “Vrouwen hadden simpelweg niet de mogelijkheid om het harde nieuws te berichten. Maar daar had McCormick maling aan.”

Ze overleed op 72-jarige leeftijd en bleef werken tot vlak voor ze overleed. Op haar 67ste bracht ze nog verslag van de guerrillaoorlog in Griekenland, terwijl ze achter soldaten aanliep die minstens 30 jaar jonger waren dan zij. In haar necrologie in The New York Times stond dat ze ‘de expert was waar andere experts tegenop keken’. En daar is geen woord van gelogen. Wat een bijzonder verhaal van een vrouw die de weg heeft geplaveid voor alle andere vrouwelijke journalisten die na haar kwamen.