Ciska de Veld
Ciska de Veld
Stagiair webredactie

Een heuse geluksprofessor vertelt ons het geheim van geluk op elke leeftijd

Professor Ruut Veenhoven is 76 lentes jong en bestudeert al decennia lang geluk. Daar kunnen wij nog wat van leren. “Je hoeft niet bang te zijn voor ouder worden. Het wordt alleen maar leuker!”

Professor Ruut Veenhoven is 76 lentes jong en bestudeert al decennia lang geluk.
Professor Ruut Veenhoven is 76 lentes jong en bestudeert al decennia lang geluk.

Oh zoet geluk. Iedereen zoekt ernaar, we pennen er zelfhulpboeken over vol en menig popnummer gaat erover. Toch lijken we het vaker kwijt dan rijk te zijn. Steeds meer mensen raken op jonge leeftijd al overspannen en menig millennial heeft er een handje van om te veel hooi op de vork te nemen.

Maar niet alleen millennials sneuvelen roemloos in de zoektocht naar geluk. Ook de vijftig passeren, inclusief bijpassende midlifecrisis, zorgt bij veel mensen voor kopzorgen. Is dit het nou? Heb ik wel de juiste keuzes gemaakt? Moet ik niet toch die sportauto kopen?

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de zorgen die bij de laatste decennia van het leven horen. Blijf ik wel gezond op mijn oude dag? Is er tegen die tijd nog wel voldoende zorg? En, heb ik überhaupt nog wel een oude dag?

Ik ben professor én ik bestudeer geluk.

Ruut Veenhoven

Elke levensfase heeft zo zijn eigen piekerpunten. Maar tussen al deze levensvragen door, verliezen we ons geluk soms een beetje uit het oog. Hoog tijd om eens iets meer te leren over het ongrijpbare concept geluk, dunkt ons zo. Daarom belden we geluksprofessor Ruut Veenhoven op. Sinds de jaren 70 doet hij onderzoek naar geluk en weet daarom als geen ander hoe het nou écht zit met menselijk geluk in verschillende fases van je leven.

U wordt wel ‘de geluksprofessor’ genoemd, dat lijkt me een vrij aardige titel. Maar wat moet ik me er eigenlijk bij voorstellen?

“Mijn officiële titel is eigenlijk hoogleraar in sociale condities in menselijk geluk. Maar als je als één van de eerste het concept van geluk gaat bestuderen, dan word je al gauw gezien als dé geluksprofessor. En eigenlijk klopt dat ook wel, want ik ben professor én ik bestudeer geluk.”

Vanwaar die fascinatie met geluk?

Als student sociologie wilde ik weten hoe je de kwaliteit van samenlevingen kunt vergelijken. Het geluk van de mensen is dan een goede indicator. In die tijd merkte ik ook dat sommige medestudenten ongelukkig waren, terwijl hun situatie niet verschilde van de mijne. Dan wil je weten waarom dat zo is.

"Als student sociologie wilde ik weten hoe je de kwaliteit van samenlevingen kunt vergelijken."
"Als student sociologie wilde ik weten hoe je de kwaliteit van samenlevingen kunt vergelijken."Gettyimages

Misschien een beetje een rare vraag, maar wat is geluk precies?

“Ik definieer geluk als levensvoldoening. Het gaat er dus om wat je zélf van je leven vindt. Het is wel belangrijk om te beseffen dat het gaat om je leven als geheel. Dus niet om prettige of onprettige ervaringen die op je pad komen. Je kunt namelijk best even een ‘geluksmoment’ hebben, maar toch je leven als geheel onbevredigend beschouwen. En vice versa zijn gelukkige mensen ook best wel eens chagrijnig.”

U bent inmiddels de zeventig gepasseerd en nog steeds een gepassioneerd wetenschapper. Zijn we door de tijd heen anders gaan kijken naar geluk?

“Onze opvatting over geluk zelf - dus of je wel of geen plezier hebt in je leven - is eigenlijk nooit veranderd. Wel vinden we geluk tegenwoordig belangrijker. Dat is best logisch, want vroeger waren de mogelijkheden simpelweg beperkter. Toen hadden we nog wel eens de neiging om te zeggen: ‘Geluk is ook niet alles’. Dat zal je niet zo snel meer horen tegenwoordig.”

Als je erg gelukkig bent, heb je ook meer te verliezen.

Ruut Veenhoven

“Als je weet dat geluk mogelijk is, dan groeit automatisch de behoefte om gelukkiger te worden. Bovendien willen we het maar wat graag in eigen hand hebben. We kopen nu veel vaker boeken over geluk en we willen er over het algemeen meer over weten.”

Volgens het CBS zijn wij Nederlanders tegenwoordig uitermate gelukkig. Hoe komt dat eigenlijk?

“Deels omdat de levensomstandigheden beter worden. De Nederlandse samenleving is zo goed georganiseerd en veel maatschappelijke problemen worden opgelost. Maar, tegelijkertijd heerst er toch ook veel maatschappelijke onvrede.”

Hoe kunnen die twee ogenschijnlijk tegenstrijdige trends naast elkaar bestaan?

“Ja, het is vrij tegenstrijdig. Ik zie het als onvrede in het paradijs: als je erg gelukkig bent, heb je ook meer te verliezen. We worden daardoor alerter op alles wat niet goed gaat. Veel media en actiegroepen zijn gefixeerd op ongenoegen en problemen. Daarom gaat er enorm veel aandacht uit naar alles wat fout is in de maatschappij. Dat leidt ertoe dat veel problemen worden opgelost, maar in de krant lees je meer over wat er mis is dan over wat er wél goed gaat.”

De U-curve is zeker geen universeel principe.

Ruut Veenhoven

Wat bizar eigenlijk.

“Een interessant bijverschijnsel van dat gesomber is dat de meeste Nederlanders hierdoor denken dat ze gelukkiger zijn dan hun gemiddelde medemens. Mensen weten namelijk van zichzelf hoe gelukkig ze zijn, maar op het nieuws zien ze over het geluk van anderen alleen maar kommer en kwel. Al dat negatieve nieuws zorgt er indirect voor dat je je gelukkig voelt.”

Dan iets anders. Ik las laatst een artikel over de U-curve van geluk. Kunt u mij vertellen hoe dat in elkaar steekt?

“Het houdt heel simpel gezegd in dat we als we jong óf heel oud zijn eigenlijk het allergelukkigst zijn, en in het midden van ons leven het minst. Nu moet je niet meteen denken dat we het midden van ons leven allemaal een zware onvoldoende geven, maar er zijn wel degelijk verschillen. Tenminste, in westerse landen. Want het is zeker geen universeel principe. In de meeste landen neemt je geluk juist af naarmate je ouder wordt.”

Hoe komt het dat bij ons geluk wel een U-curve is?

“Dat onze kinderen zo gelukkig zijn, hebben we onder meer te danken aan de pil en abortus. Bijna alle kinderen zijn tegenwoordig gewenst, maar vroeger was dat echt niet altijd zo vanzelfsprekend. Mede daardoor is zowel de opvoeding als het onderwijs veel liefdevoller en leuker geworden. Tijdens je jonge jaren word je nog lekker vertroeteld. Vanaf de puberteit begint ons geluk wat af te nemen. Dat gaat nóg iets omlaag zolang we studeren, onder meer omdat twintigers er een handje van hebben hun karretje net een tikkeltje te vol te laden.”

Rond ons vijftigste zitten we in het spitsuur van ons leven.

Ruut Veenhoven

“Zodra we de overstap maken van studie naar de grotemensenwereld, zakt ons gelukslevel nog wat meer. Rond hun veertigste bereiken de meeste mensen een dieptepunt op de geluksmeter. Zeker als ze een huis hebben gekocht, kinderen krijgen en een vaste baan hebben. Je bent dan vrijwel al je vrijheid kwijt en kan je levenswijze niet meer zo makkelijk veranderen als het niet meer bevalt.”

Wacht even. Stabiliteit zorgt voor ongeluk?

“Nou, vanaf de vijftig gaat het weer beter. Dan hebben we meestal de hypotheek afbetaald, zijn de kinderen uit huis en kunnen we genieten van die welverdiende oude dag. Natuurlijk komen er nieuwe zorgen bij - voornamelijk over onze gezondheid - maar de geneugten van de oude dag wegen daar kennelijk tegen op. Oude mensen halen nog verrassend veel voldoening uit hun leven.”

“Zodra we de overstap maken van studie naar de grotemensenwereld, zakt ons gelukslevel nog wat meer."
“Zodra we de overstap maken van studie naar de grotemensenwereld, zakt ons gelukslevel nog wat meer."Gettyimages

Als ons geluk een U-curve is, bestaat een midlifecrisis dan eigenlijk wel?

“De U-curve laat zien dat er wel degelijk sprake is van een dip rond die leeftijd. Het is het spitsuur van het leven, dus een dipje hoort daarbij. Maar over een crisis hoeven de meeste mensen zich geen zorgen te maken. Je spreekt van een crisis als mensen de zin van het leven niet meer zien, en dat is gelukkig niet iets waar iedereen mee te maken krijgt.”

“Het is wel prettig om te weten dat je niet de enige bent die te maken krijgt met een dip rond die leeftijd. Je kan natuurlijk altijd pech hebben dat bij jou de druk nog wat hoger ligt, maar vrijwel iedereen maakt het mee. En daarna wordt het weer beter.”

“We hoeven zeker niet bang te zijn om oud te worden."
“We hoeven zeker niet bang zijn om oud te worden."Gettyimages

Bang zijn voor ouder worden is dus eigenlijk nergens voor nodig?

“We hoeven zeker niet bang te zijn om oud te worden, want het leven wordt meestal zelfs leuker. De dood komt wel steeds dichterbij maar daar kunnen we kennelijk mee leven. Het geluk daalt wel wat in het laatste levensjaar, maar op hun sterfbed zijn de mensen toch gelukkiger dan je zou denken.”

Bent u eigenlijk zelf gelukkig?

“Ik ben een aardig gelukkig mens. Daarmee ben ik niet anders dan de gemiddelde Nederlander, hoor.”

Niet alleen een geluksprofessor dus, maar ook een gelukkige professor. Daar doen we het voor.