Waarom lachen we soms als we iets naars horen?
Veerle Weustink
Veerle Weustink
Online redacteur

Deze neurowetenschapper legt uit waarom we soms lachen op ongepaste momenten

Onze redacteur Veerle ging op zoek naar een verklaring voor haar ongepaste grimassen. “Het is niet zo dat je geen empathie voelt. Je voelt het wel degelijk - misschien zelfs té erg.”

Waarom lachen we soms als we iets naars horen?
Waarom lachen we soms als we iets naars horen?Getty Images

Deze zomer zat ik op de Jinek-redactie toen de eerste beelden van de ingestorte brug in Genua binnendruppelden via Twitter. Ik was ontredderd. Maar in plaats van de gepaste uitdrukking van schok en ongeloof, verscheen op mijn gezicht een misplaatst lachje. Of nee, eerder een grimas. Pas toen mijn collega mij op deze ongepaste gezichtsuitdrukking wees, merkte ik het zelf ook op.

Shit. Ik deed het weer.

Dit was namelijk niet de eerste keer dat ik een eng lachje vertoonde na het vernemen van menselijk misère. Het overvalt me vooral wanneer ik word geconfronteerd met de grotere afschuwelijkheden in de wereld, maar ook bij de pijn van het dagelijkse leven. Bijvoorbeeld toen een vriendin me vertelde over haar relatie die net op de klippen was gelopen. Probeer dan maar eens uit te leggen dat je het écht wel erg voor haar vindt, ondanks dat je mondhoeken een ander verhaal lijken te vertellen.

Een medestander vond ik in onverwachte hoek: Claire Dunphy uit de televisieserie Modern Family. Eén aflevering van deze uitmuntende serie draait volledig om de doodenge grijns die op haar gezicht verschijnt als ze het over de dood van kennis heeft. Hoewel dit voor sommigen onvoorspelbaar lijkt, blijkt het een redelijk normaal verschijnsel te zijn dat het inappropriate effect heet. Een ongepaste reactie dus.

Toch was er nog steeds een sluimerend gevoel van twijfel: wat zegt deze ongepaste reactie over mij? Mis ik net dat ene kwabje in mijn brein waar de correcte reactie op menselijk leed zich normaliter bevindt?

Daarom besloot ik een belafspraak te maken met Christian Keysers. Keysers is namelijk een ware meester in empathie. Dat zeg ik niet alleen omdat ik een uitermate onderhoudend gesprek met hem heb gehad, maar vooral omdat hij van empathie zijn levenswerk heeft gemaakt. Als neurowetenschapper is hij samen met Valeria Gazzola verantwoordelijk voor het Social Brain Lab. Hier doet hij samen met zijn collega wetenschappers onderzoek naar empathie en wat er nou werkelijk in je brein gebeurt als je emoties ervaart. Hij schreef er zelfs een boek over getiteld ‘Het empathische brein’.

Bedankt dat je tijd vrij wilde maken voor mijn ongewone vraag. Maar eerst: wat is empathie nou eigenlijk?
 

“Heel simpel uitgelegd: je brein imiteert de acties en gevoelens van een ander. Als een proefpersoon bijvoorbeeld een filmpje te zien krijgt waarin iemand een glas water drinkt, zien we breinactiviteit bij de proefpersoon. Het brein zorgt ervoor dat we ons gaan inbeelden hoe het moet zijn om een glas water te drinken. Hoe het zou voelen om het glas tegen je lippen te zetten? Om het koude water te proeven?”

Soms is het heel nuttig om je empathie uit te zetten

Christian Keysers

Waarom doet ons brein dit?
 

“Daar zijn twee redenen voor. De eerste is egoïsme. Als we iemand een bes zien eten en diegene daar heel erg ziek van wordt, dan weet jij meteen dat je dat niet moet proberen. Omgekeerd werkt het ook: als iemand heel erg geniet van een taartje, wil jij dat ook. Het is dus een handig overlevingsmechanisme. We leren door te observeren. Maar soms is het juist heel nuttig om je empathie uit te zetten. Misschien kun je zelf wel bedenken wanneer dit handig is.”

Hmm, ik kan me voorstellen dat als je iets heel naars ziet op het nieuws, het wellicht teveel wordt voor je.
 

“Correct. Je moet nooit vergeten dat het erg kostbaar is om empathie te voelen. Het kan pijnlijk en energievretend zijn om je constant in te leven in een ander. Dat is waarom de evolutie een rem heeft gegooid op de hoeveelheid empathie die je voelt voor mensen buiten jouw eigen groep.”

Het ver-van-je-bed-show-effect?
 

“Zo zou je het kunnen zien, maar ook binnen onze eigen groep zit er een rem op de hoeveelheid empathie die je toelaat. Omdat andermans pijn werkelijk iets met ons doet, is het logisch dat we een beetje controle willen hebben over wat ons beïnvloedt. Daarom heeft iedereen een soort empathieregulatie.”

Oké, hoe zit het dan met mijn voorbeeld? Waarom lach ik als ik iets ergs hoor?
 

“Ja dat is een interessante casus. We weten natuurlijk niet precies wat er bij jou gebeurt, maar waarschijnlijk is het een afweerschild tegen negatieve emoties van anderen. Je beschermt jezelf tegen iemand anders pijn.”

Het is dus best egoïstisch van mij?
 

“Correct.”

Oh.
 

“Maar als je er wat langer over nadenkt, zie je dat het niet eens zo erg dat je dat doet. Een goed voorbeeld zie je bij jonge kinderen. Stel dat een kind valt. Nog voordat het kind gaan huilen, kijken ze naar de ouder. Is die erg geschrokken van de valpartij? Het is een manier voor hen om in te schatten of het erg is wat er net is gebeurd. Als de ouder ook schrikt, zal het kind hard gaan huilen. Maar als de ouder zo is van: 'nou, oeps dat kan gebeuren'. Dan valt het vaak wel mee.”

Empathie is een keuze

Christian Keysers

“Het gevaar van je heel erg inleven in een ander is dus dat je in een soort neerwaartse spiraal van empathie terecht komt. Je creëert nog meer pijn en verdriet. Lachen kan deze drama-spiraal doorbreken. Het is een manier van omgaan met negatieve emoties. Dat is ook waarom mensen fan zijn van donkere humor. Lachen kan het scherpe randje van verdriet halen.”

Dus zo erg is het niet?
 

“Hoe ongepast je reactie ook is, het kan helpen. Het haalt de pijn van een ander niet weg, maar ergens over lachen kan opluchten.”

Wat is het grootste misverstand over empathie?
 

"Dat het iets is wat je wél of níét bezit. Uit onderzoek blijkt dat we allemaal de capaciteit hebben om empatisch te zijn. Maar we reguleren dit heel bewust”

Empathie is een keuze?
 

“Absoluut. Neem bijvoorbeeld artsen. Ze hebben heel veel aan goed empathisch vermogen. Ze moeten zich immers inleven in hun patiënten, anders vertrouwen die hen niet en kunnen ze hun werk niet doen. Maar ze kunnen niet altijd empathie hebben. Artsen zien vreselijke dingen. Als ze zich de hele tijd inleven lopen ze een groot risico op een burn-out.”

“Dus wat doen ze? Ze reguleren hun empathie. Er zijn artsen die het uitzetten op werk en het weer aanzetten als ze bij hun kinderen zitten.”

Dat kan?
 

“Jazeker, sterker nog: het is heel gezond om dat te doen. Een goed functionerend persoon kan goed zijn of haar empathie reguleren.”

Die grimas laat dus eigenlijk zien dat ik het nog niet helemaal onder de knie heb?
 

“Nou, misschien een beetje. Maar het is niet zo dat je niet meeleeft of geen empathie voelt. Je voelt het wel degelijk - misschien voel je het zelfs té erg - en je wil jezelf afschermen. Je weet alleen niet zo goed hoe je met dit gevoel om moet gaan. Dan krijg je een eng lachje.”

En ik mis geen kwabje in mijn brein?
 

“Haha, ik denk niet dat we dan dit gesprek hadden kunnen voeren.”